De verantwoordelijkheid bij de aanpak ter behoud van weidevogels ligt in beginsel bij de provincies. Het beleid vereist samenwerking tussen verschillende overheden, met lokale kennishouders als terreinbeheerders en natuurorganisaties en met boeren zelf. Het volgt daarmee de ingezette lijn van de nieuwe visie van minister Schouten met een nadruk op regionale samenwerking en de gezamenlijke opgave om te komen tot een kringlooplandbouw met een gezond ecologisch systeem en de juiste condities voor weide- en akkervogels. Dat schrijft de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit aan de Tweede Kamer.
Het Rijk heeft vorig jaar besloten in 2019 en 2020 binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in totaal 40 miljoen euro over te hevelen van Directe betalingen naar het Plattelandsontwikkelingsprogramma, bestemd voor agrarisch natuurbeheer. In afstemming met provincies is een verdeling overeengekomen voor dat bedrag. Het gaat om 9 miljoen voor niet productieve investeringen, 22 miljoen voor versterking van het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer en 9 miljoen voor pilots toekomstbestendige landbouw ten behoeve van het nieuwe GLB.
Vorig jaar al is door de provincies besloten de 22 miljoen extra middelen voor beheer gefaseerd in 2017 en 2018 open te stellen ter behoud van de boerenlandvogels. De provincies betrekken het natuurbeheer in een gebied hierbij, zodat natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer meer op elkaar worden afgestemd. Daarop aansluitend hebben zij de minister gevraagd om al dit jaar de investeringsregeling open te stellen voor 9 miljoen niet-productieve investeringen. In navolging van deze extra middelen hebben de provincies meerjarige actieplannen opgesteld.
Een goede bodemkwaliteit, duurzame landbouw en behoud van de weidevogels leeft niet alleen bij de overheid. Rijk en de provincies moeten zoveel mogelijk faciliterend optreden voor initiatieven uit de sector zelf. Initiatieven rondom landschapsherstel, samenbrengen van financiƫle stromen en creƫren van innovatieve keteninstrumenten sluiten direct aan bij de provinciale en Rijksbeleidsplannen en ontvangen steun van het ministerie van LNV. Vanuit die functie wordt ook in de werkgroep Gebiedsaanpak Duurzame Landbouw meegedacht over het samenbrengen van de vele verschillende initiatieven voor het uitruilen van kennis over borging en beloning van kennis later dit jaar. Het ministerie ondersteunt onderzoeken op predatie, monitoring en innovatie. Als onderdeel daarvan werd financieel bijgedragen aan de optimalisatieplannen van agrarische collectieven voor de investeringsregeling later dit jaar.
bron: Ministerie van LNV, 15/10/18