Staatsbosbeheer laat in enkele weidevogelgebieden gericht jagen op de vos, nadat cameravallen de aanwezigheid van vossen in deze speciale gebieden hebben aangetoond. Roel Vriesema: “We weten dat de vos echt schade kan aanrichten, daarom hebben we bij hoge uitzondering besloten de vos te bestrijden.”
Sinds een aantal jaar plaatst Staatsbosbeheer af en toe camera’s in de eigen gebieden. Soms om stropers in beeld te krijgen of mensen die roofvogelnesten vernielen. Soms om te achterhalen of er echt otters op een bepaalde plek zijn of om erachter te komen of een dassenburcht bewoond is. “Het hangt niet vol met camera’s hoor, dat zou te veel werk met zich meebrengen. Maar zo nu en dan zijn ze handig om een indruk te krijgen van vooral de nachtdieren die bij ons voorkomen”, zegt boswachter Roel Vriesema.
Weidevogels
In weidevogelgebieden werden afgelopen herfst voor het eerst cameravallen geposteerd. Deze gebieden zijn voor Staatsbosbeheer belangrijk omdat ze een van de weinige plekken zijn waar weidevogels nog een kans hebben. Het gangbare boerenland is door de intensivering van de landbouw veel minder geschikt. Door vroeg en vaak maaien, de lage waterstand en weilanden met maar één of twee soorten gras hebben de vogels te weinig rust, dekking en voedsel. “Weidevogels staan in Friesland erg onder druk, maar wij hebben met name in Opsterland nog een paar goede locaties”, stelt Vriesema. Hij doelt op de Ripen, De Warren en ook De Dulf (allen bij Tijnje en Nij Beets), waar aardige populaties weidevogels zoals kievieten, grutto’s, tureluurs, scholeksters, wulpen, kemphanen en watersnippen voorkomen.
Lastige afweging
Zorgen dat al die vogels zich daar kunnen handhaven vergt tal van maatregelen. De weidevogelgebieden tijdens het broedseizoen afsluiten is er één van. Elke wandelaar of hond die de vogels doet opvliegen is er namelijk één te veel. Eieren of kuikens blijven dan onbeschermd achter tegen slecht weer of roofdieren. Bovendien verspillen de oudervogels energie die ze hard nodig hebben voor het zoeken van voedsel en het verjagen van predatoren.
De camera’s moeten vooral een beter beeld geven van de roofdieren die een bedreiging voor eieren en kuikens vormen. “We wilden daarbij vooral weten of de vos in onze kerngebieden rondloopt”, licht Vriesema toe. De ondertussen geschrapte beelden leverden plaatjes van muizen, ratten, reeën en jawel, ook de vos werd vastgelegd. Deze constatering leidde tot een lastige afweging.
Natuur en evenwicht
Normaal gesproken laat Staatsbosbeheer vossen in hun gebieden met rust. De filosofie daarachter is dat de natuur voor een evenwicht zorgt. Als er te veel vossen komen, sterven er meer door voedselschaarste of ze trekken weg naar een andere plek. Voor de weidevogelgebieden in Opsterland ligt het net even anders. Het zijn door de Provincie aangewezen beschermde gebieden en Staatsbosbeheer heeft dus de plicht weidevogels te beschermen. Vriesema: “We weten dat de vos echt schade kan aanrichten, daarom hebben we bij hoge uitzondering besloten de vos te bestrijden. Dat moet dan in de winter gebeuren voordat de weidevogels arriveren. Jagers gaan in nauw overleg met ons op pad. Bij de jacht gebruiken ze soms lichtbakken, een omstreden methode omdat aangeschoten wild in het donker kan verdwijnen, maar de drijfjacht of vossenburchten bezoeken gebeurt ook. Het is niet zo dat we tegen jagers zeggen ‘knal maar raak op die vos’. Nee, er wordt nauwkeurig afgestemd waar en wanneer ze mogen jagen.”
Pitrus
Vriesema benadrukt dat de vossenbestrijding een uitzonderlijke maatregel is, goed beheer van weidevogelgebieden vereist andere - meer structurele - ingrepen. Hij noemt de veldwerkzaamheden tijdens de laatste vorstperiode. “Zodra het vriest en een tractor kan over het land rijden, wordt de pitrus afgemaaid. Pitrus kan slecht tegen vorst dus die krijgen dan een enorme opdonder.” De plant gedijt goed op de veengronden rond Tijnje en weiland dat niet wordt gemaaid, verruigt snel. Dat zijn weilanden waar weidevogels zich niet thuis voelen, vandaar dat Staatsbosbeheer veel aandacht besteedt aan het in toom houden van pitrus. Daarnaast zijn een hoog waterpeil en plas-draspercelen ook van belang voor het creëren van gunstige omstandigheden.
Aan gebieden geschikt maken of houden voor weidevogels kleeft een probleem. Niet alleen de vogels trekken naar die specifieke plekken, dat geldt ook voor de roofdieren. Vooral kleine leefgebieden zijn volgens Vriesema kwetsbaar voor predatie, die kunnen in één nacht leeggehaald worden. In de Ripen, De Warren of De Dulf ziet hij dat niet gebeuren omdat ze groot genoeg zijn. “Omdat de weidevogels zo hard achteruitgaan, zijn we heel zuinig op deze gebieden, maar hoeveel kuikens er dit jaar zullen uitvliegen, hangt niet alleen van onze inspanningen af. De natuur moet ook meewerken. Zo vielen de resultaten van het laatste broedseizoen erg tegen vanwege het te koude en natte voorjaar en het jaar daarvoor was ook geen succes omdat het toen juist te droog was. De natuur kun je niet dwingen en verrast je elke keer weer. Daarom is het soms moeilijk te voorspellen hoe maatregelen gaan uitpakken.”
Otters
Gelukkig weet Vriesema dat zijn werk niet voor niets is. Door ingrijpen van de mens en de dynamiek van de natuur zijn er soorten die vroeger niet of weinig voorkwamen, maar het nu weer goed doen. Zo waren otters in Nederland door vervuiling van het water en toegenomen verkeersdruk uitgestorven, maar vandaag de dag zwemmen ze weer in de Deelen en het Koningsdiep. Dankzij de verbeterde waterkwaliteit en maatregelen zoals de aanleg van oversteekplaatsen en het laten ontstaan van ruige oevers kan de populatie uitgezette otters groeien. Ook de bijna uitgestorven das is door verbetering van zijn leefgebied in opmars. Een ook reeën zie je veel meer dan vroeger.
Bron: Staatsbosbeheer