Inloggen database
Boerenlandvogels Nederland
Reactie LandschappenNL op initiatiefnota Weidevogelbeheer van Rik Grashoff (GroenLinks)

Op 21 juli heeft Rik Grashoff, woordvoerder landbouw van GroenLinks in de Tweede Kamer, zijn initiatiefnota Weidevogelbeheer gepresenteerd. De nota bevat heldere statements over knelpunten rond de achteruitgang van biodiversiteit in het agrarisch gebied en zinvolle suggesties om oorzaken van die achteruitgang aan te pakken. Dit vraagt om een verdere uitwerking van de nota. LandschappenNL geeft onderstaand een aantal suggesties.

De achteruitgang van biodiversiteit in het agrarisch gebied is vooral veroorzaakt door intensivering van de landbouw. Schaalvergroting, mechanisering, toename van het aantal stuks vee en overproductie van mest hebben geleid tot nivellering van landschap en biodiversiteit. Die ontwikkelingen leiden ook tot een steeds grotere administratieve last waartegen een toenemend deel van de boeren weerstand krijgt. Het is dus tijd voor een echte verandering van de landbouw, zoals recent ook twee Groningse hoogleraren bepleitten.

Verbetering biodiversiteit agrarische grond
Een goed punt is dat de nota stelt dat het niet alleen gaat om weidevogels, maar om verbetering van de biodiversiteit op agrarische grond in brede zin. LandschappenNL stemt daar van harte mee in want weidevogels komen (nog) maar voor in een beperkt deel van het agrarisch gebied in Nederland. Er is veel meer aan natuur- én landschapswaarden te vinden in het agrarisch gebied en die verdienen ook zorg.

Lijn- en puntvormige landschapselementen
LandschappenNL pleit er daarom voor om mede met GLB-middelen niet alleen binnen het Natuurnetwerk Nederland, maar ook daarbuiten een samenhangend netwerk van lijn- en puntvormige landschapselementen (inclusief perceelranden en slootkanten) in het héle agrarische cultuurlandschap. Dat levert niet alleen voordelen op voor biodiversiteit, maar ook voor beleving van landschap en natuur door mensen. Ecologische aandachtsgebieden (EFA’s) zoals opgenomen in het GLB kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Landschappelijke diversiteit
Het pleidooi van de nota voor een bredere inzet van EFA’s, niet alleen in akkerbouwgebieden, maar ook in graslandgebieden, sluit hier goed bij aan. LandschappenNL ziet de landschappelijke diversiteit met zijn kenmerkende structuren en cultuurhistorische karakteristieken als de belangrijkste basis om de biodiversiteit in Nederland te vergroten. Vanuit het landschap, inclusief de beleving daarvan, willen we de natuurwaarden in het agrarisch gebied versterken. Daarom blijft het volgens ons zinvol om EFA’s ook mogelijk te maken op percelen grenzend aan stedelijke centra want daar is de behoefte aan beleving groot en de afstand voor de burger om het buitengebied te bereiken klein.

Van pijler 1 naar pijler 2
Het voorstel van Groen Links om GLB-middelen te verschuiven van pijler 1 naar pijler 2 ondersteunen we. Daarmee kan worden bereikt dat EU-middelen effectiever en meer in samenhang worden ingezet voor verbetering van de biodiversiteit. Daarbij past ook meer maatwerk. Uitgaande van landschappelijke diversiteit is het zinvol om gebiedsgericht om te gaan met de invulling van EFA’s en het percentage daarvan afhankelijk te stellen alsmede de potentie voor biodiversiteit.

Wie over pijler 2 praat heeft het over het agrarisch natuur- en landschapsbeheer via SNL subsidies. Het ministerie heeft stappen gezet - en de nota levert daar verdere aanzetten toe - om dit via het kerngebiedenbeleid effectiever te maken. Openheid over en toetsing van collectieve beheerplannen moet vanzelfsprekend zijn, maar dan wel van beheerplannen van alle beheerders en in overleg met alle gebiedspartijen, inclusief vrijwilligersgroepen. Daar hoort ook een jaarlijkse evaluatie bij om het beheer het jaar daarop nog effectiever te maken. LandschappenNL draagt daar graag aan bij via eigen terreinen en via ondersteuning van vrijwilligersgroepen.

Langere contractduur
LandschappenNL juicht ook een langere contractduur van 18 jaar van harte toe, zoals voorgesteld in de nota. Dat mag naar 30 jaar want dan is er voor een jonge agrarische ondernemer nog meer zekerheid over de vergoedingen en is het meer verantwoord om het in de meerjarige planning van het bedrijf op te nemen. Dat bevordert de duurzaamheid van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

Echte duurzaamheid agrarisch natuur- en landschapsbeheer
LandschappenNL deelt de mening dat echte duurzaamheid van agrarisch natuur- en landschapsbeheer, dan wel van natuurinclusieve landbouw op termijn vooral uit de markt moet komen. De huidige subsidiestroom is onontkoombaar om zoveel mogelijk natuur- en landschapswaarden in het agrarisch gebied nog te behouden. De (vitaliteit van de) landbouw is op de lange duur echter niet gediend met subsidies voor beperkingen in de bedrijfsvoering, maar met beloningen uit de markt voor wat duurzaam gepresteerd en geproduceerd wordt. Dat betekent dat niet alleen het beleid, maar de hele samenleving met de agrarische sector in gesprek moet over de toekomst van de Nederlandse landbouw.