Inloggen database
Boerenlandvogels Nederland
Actieplan voor akker- en weidevogels in Gelderland

Op 24 oktober is het Actieplan Akker- en Weide­vogels Gelderland gepresenteerd. Dit Actieplan is tot stand gekomen door een samenwerking van LTO Noord, Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF), Stichting Landschapsbeheer Gelderland en de drie Gelderse Agrarische Collectieven. Doel is om de daling van het aantal akker- en weidevogels binnen 10 jaar te hebben gestopt. Ook Vogelbescherming en Centrum voor Landbouw & Milieu hebben een belang­rijke inbreng geleverd.

Volkert Vintges, directeur van de GNMF: "Met dit actieplan slaan landbouw- en natuur­organi­saties de handen ineen. Samen willen we de teloorgang van de akker- en weide­vogels stoppen. Hiervoor willen we 10 pilotprojecten uitvoeren, zodat we de oorzaken van de problemen goed kunnen aanpakken. De 6 organisaties vragen de provincie om jaarlijks 250.000 euro beschikbaar te stellen over periode 2017-2022."

Patrijs
Drie pilotprojecten worden gewijd aan de patrijs, een vogel die een variatie aan leef­gebieden nodig heeft. Deze kunnen beheerd worden door agrariërs, maar ook door landgoedeigenaren, gemeenten en waterschappen. Vooral biologische bedrijven, met hun variatie in gewassen en hun rijke bodem- en insectenleven, zijn geschikt. Eén van de voorgestelde maatregelen betreft het triobeheer van akker­randen: een braakliggende strook, lage vegetatie en hoge vegetatie. Ook het aanleggen van wintervoedselveldjes en struwelen met een korte snoeicyclus worden genoemd.

Kievit
Kieviten, waarvoor ook drie pilotprojecten worden voorgesteld, broeden op akkerland, vooral op maisvelden. Door grondbewerkingen uit te stellen en braakliggende stroken aan te leggen kan het broedsucces vergroot worden. Uit ervaring in Brabant blijkt dat dat waarschijnlijk komt doordat jonge kieviten dan dekking en voedsel kunnen vinden.

Andere maatregelen
Voor vogels als wulp, tureluur en grutto kunnen zowel grote als kleine 'plasdras­gebieden' worden ingericht: weilanden met een laagje water. De organisaties stellen ook voor om 2 pilotprojecten tegen roofdieren op te zetten. Door het aanleggen van bijvoorbeeld houtige beplanting worden gebieden minder aantrekkelijk voor roofdieren. Een ander goed voorbeeld is te vinden in de uiter­waar­den bij Hattem, waar een groep vrijwilligers jaarlijks 3 lagen vossenwerend stroomdraad, controleert en aanlegt. Met name in de regio's Veluwe-IJsselvallei en Achterhoek is hiervoor interesse.­

Zie voor meer informatie het Actieplan Akker- en Weidevogels Gelderland op de site van de GNMF.

bron: GNMF, 24/10/16